Zondag 14 december 2008

 

Het is die nacht behoorlijk koud geweest. Het ijs zit dik op de voorruit en met een dikke jas en handschoenen aan maken we ons ontbijtje klaar en zetten we koffie voor onderweg.

Wij hebben die nacht alleen de voorramen op een kier gehad, en dat heeft tot gevolg dat het busje van binnen kletsnat is van de condens. Het is zelfs zo erg dat het vocht aan de kant van Liesbeth het extra dekbed behoorlijk nat gemaakt heeft. Dat is een lesje om niet te vergeten. Voortaan zullen we de achterklep openlaten, zelfs in het noorden van Marokko waar het nog behoorlijk koud is.

Het vertrek is die dag rond 8.00 uur en het plan is opnieuw een fikse ruk te geven en de derde dag wat toeristische uitstapjes te maken. Net als de vorige dag is het waardeloos weer. In het noorden van Spanje hebben we zelfs even last van sneeuw en gladde wegen. We besluiten Madrid te mijden en via Valladolid en Salamanca naar Sevilla te rijden. Ik weet het niet zeker, maar volgens mij scheelt dat ook behoorlijk in de kosten voor de autosnelweg. Opnieuw genieten we die avond van de zuurkool. Omdat het regende en erg koud is en we die ochtend bovendien niet echt lekker hebben kunnen wassen, besluiten we een eenvoudige hotelkamer te nemen. We stoppen die avond rond 22.00 uur even voorbij Merida en hebben 1049 km die dag afgelegd.

Zaterdag 13 december 2008

 

Het begin van de reis is niet bepaald spannend. Zaterdag 13 december rond 10 uur gooien we in Zoetermeer de tank vol van ons busje en rijden we naar het zuiden. Het weer is slecht, de temperaturen zijn maar amper boven het vriespunt en het miezert. Gelukkig is er geen ijzel of sneeuw, dan hadden we waarschijnlijk onze reis een dagje uitgesteld. De avond tevoren heeft Hans een zuurkoolschotel klaargemaakt, zodat we onderweg alleen maar iets hoeven warm te maken. Rond 23.00 uur die avond rijden we een parkeerplaats op, ongeveer 50 km voor Bordeaux. We hebben 1042 km afgelegd.

de oversteek met de Ibn Batouta

Maandag 15 december 2008

 

We hebben lekker gedoucht en ontbeten en opnieuw is het krabben geblazen om de voorruit van ijs te ontdoen. Naarmate we Sevilla naderen wordt het weer echter beter. Het is weliswaar frisjes maar er schijnt een lekker zonnetje en dat maakt de stops onderweg een stuk aangenamer. In Sevilla, waar de sinaasappelen aan de bomen die zonnige indruk versterken, proberen we tevergeefs een parkeerplaats te krijgen. Afgezien van het feit dat de meeste parkeergarages niet hoog genoeg zijn voor ons busje met imperiaal, zijn ze allemaal vol. Langs de weg een parkeerplaatsje vinden kunnen we ook vergeten. Bovendien wordt er stevig bekeurd en worden er her en der auto’s weggesleept zodat we het wel uit ons hoofd laten om het busje ‘fout’ te parkeren. We rijden verder en besluiten een uitstapje te maken in Arcos de la Frontera.

Onze lunch onderweg bestaat nog uit volkorenbrood van Hartog en kerststol met spijs. Dat zullen we later op onze reis wel gaan missen. Hans was in Arcos in 1988, maar het lijkt sterk veranderd. Het is enorm uitgebreid en het is een stuk moeilijker geworden om op het plein voor de grote kerk te komen dan voorheen. We wandelen en klimmen door de smalle straatjes naar boven en drinken in een klein kroegje een biertje. Dan manoeuvreren we het busje weer naar de autoweg en rijden richting Algeciras. Ons plan is daar op de camping te gaan staan en de volgende dag onze weg te vervolgen. Het loopt echter anders. In Algeciras volgen we de bordjes Tanger. We willen uitvissen hoe het allemaal werkt met de boot en de douane, maar we staan opeens aan een loket. Een vriendelijke medewerker weet ons te melden dat de boot over een halfuur vertrekt. We kopen kaartjes voor de oversteek naar Tanger met de Ibn Batouta, Hans regelt als een speer de uitvoerdocumenten voor de zonnepanelen en het busje met de douane en inderdaad een halfuur later varen we. Er staan maar een stuk of zes auto’s op de boot en er zijn wat wandelende passagiers, maar het totaal aan bezetting mag geen naam hebben.

 

In Tanger volgt eerst de ergernis met de hufterige Marokkaanse grenspolitie. De boot is al ruim drie kwartier aangemeerd, als er eindelijk een arrogante schreeuwlelijk verschijnt, terwijl de afhandeling van de paspoortcontrole feitelijk al tijdens de vaart had moeten plaatsvinden. Ook het gedoe bij de douane is onplezierig. Er zijn zogenaamde helpers die je voor geld door de douane sluizen. Het geld dat ze daarvoor ontvangen wordt vrijwel openlijk gedeeld met de corrupte douaniers. Niet of te weinig schuiven heeft veel gedoe en oponthoud tot gevolg. We hebben geen zin het hele busje overhoop te halen, dus dokken we.

Het is inmiddels laat en het kost ons nog heel wat tijd een gevraag voordat we de camping in Tanger kunnen vinden. Hans is voor het eerst op die camping geweest in 1970. Er is feitelijk maar weinig veranderd. De vroegere eigenaar, een Duitser worstmaker, is al enige tijd overleden. De camping is duidelijk vergane glorie en aan de dure kant. Het is 22.30 als we het windscherm aanbrengen onder de achterklep van ons busje. We hebben de overtocht achter de rug en die dag 493 km afgelegd.

Dinsdag 16 december 2008

 

Het weer is niet bepaald Afrikaans te noemen, Het vriest in Tanger en opnieuw maken we gehuld in dikke jassen het ontbijt klaar. Omdat we de achterklep ditmaal hadden opengelaten, hadden we geen last van condens. En door het extra dekbedje hadden we geen last van de kou. Om 9.00 uur is alles weer ingepakt en even later zitten we op de autosnelweg in de richting van Rabat. De autosnelwegen zijn gebouwd naar Frans voorbeeld en dus prachtig. Ook hier zijn regelmatig parkeerplaatsen al dan niet voorzien van een restaurant. Vlakbij Rabat houdt de snelweg op en zitten we op een kilometers lange weg door de stad die wemelt van de stoplichten. We worden prompt lastig gevallen door een politieagent die van mening is dat Liesbeth door het rode licht reed, wat beslist niet waar was. In Marokko is de politie (en andere autoriteiten) er op geld en ‘cadeaus’ uit en het is voor de toerist dan ook erg oppassen geblazen. Na ieder stoplicht staat er wel een geüniformeerd mannetje verdekt opgesteld, bij iedere voorrangskruising, er zijn zeer veel snelheidscontroles, kortom je dient echt op je hoede te zijn. Ondanks onze voorzichtigheid zijn we in Marokko toch vier keer aangehouden en was het vier keer cadeaus geven en smoezen geblazen.

Casablanca passeren we op enige afstand maar we zien wel de moskee van Mohamed V die boven de stad uit torent.

Dan splitst zich de snelweg en volgen wij de bordjes naar

Marrakech. Bij het verlaten van deze stad moeten we ons in bochten wringen om een boete wegens een vermeende snelheidsovertreding te voorkomen. Vanaf Marrakech is de weg smal, bochtig en heel erg druk. Bovendien wordt er her en der aan de weg gewerkt, wat nog voor extra oponthoud zorgt. Het is donker en we zitten achter een autobus die er redelijk de vaart in heeft. Dat maakt het rijden gemakkelijker, maar een pretje is het niet.

Een volgende keer overweeg ik een andere weg te nemen. Een optie is vanaf Casablanca via Essaouira te rijden, maar het is ook mogelijk om vanaf Marrakech een weg door het Atlasgebergte te nemen, via Asni en Tizi-n-Test.

De laatste weg is zwaar en bochtig maar schijnt wel uitzonderlijk mooi te zijn. Een dagje ervoor uittrekken dus.

Omstreeks 21.30 bereiken we de camping Internationale van Agadir, waar we tot onze verbazing te horen krijgen dat deze vol is. Bij de gratie van een aardige man aan de balie mogen we er een nacht staan, zoveel mogelijk aan de kant van de rijbaan. Het is een camping met verrot sanitair die wordt bewoond door bejaarde mensen met enorme campers (dus met eigen sanitair) en luxe caravans. Die avond maken we Bami klaar en smullen van de pittige gehaktballetjes en stukjes kip die Hans voor het vertrek heeft bereid. We hebben die dag 854 km afgelegd.

Reisverslag blad 3: Europa en Marokko

 

 

bladeren naar: